donderdag 15 maart 2012

Gevecht verstoort het geheugen


Iemand die 60 seconden lang in een levensbedreigende situatie flink in beweging is, kan zich hier later niet veel van herinneren.

Dat blijkt uit een nieuw onderzoek onder politieagenten. De onderzoekers, onder leiding van Dr. Lorraine Hope van de University of Portsmouth, kwamen tot de conclusie dat politiemannen, slachtoffers en getuigen die fysieke inspanningen leverden tijdens een misdaad, aan geheugenverlies lijden. Ook blijkt dat zij zich niet bewust zijn van hun omgeving en moeite hebben om deze te herkennen.

Onderzoek
Het team riep 52 agenten op, hiervan waren er 42 man en tien vrouw. De proefpersonen hadden gemiddeld acht jaar ervaring. Allen waren fit en gezond en deden regelmatig aan lichaamsbeweging. Tijdens het onderzoek moesten de agenten twee oefeningen doen. Eerst kregen zij wat achtergrondinformatie over een recente vlaag van gewapende overvallen in de stad. Bij de eerste oefening moest de helft van de politieagenten een 136 kilogram zware hangende waterzak aanvallen. De andere agenten moesten het schouwspel observeren. De agenten vielen de zak aan met hun eigen aanvalstechnieken: klappen, schoppen en stoten met de hand, elleboog en knie. Een trainer moedigde de agenten aan tijdens de aanval, zij gingen door totdat zij niet meer genoeg kracht hadden om nog langer door te gaan. Bij de tweede oefening moesten de agenten naar een caravan lopen die mogelijk door een bekende crimineel was bezet. Bij binnenkomst vonden de agenten verschillende wapens, zoals een buks, een revolver, een jachtgeweer en een groot keukenmes. Plots kwam de crimineel schreeuwend uit een andere kamer en vertelde de agent dat hij van zijn grond moest verdwijnen. De crimineel was niet gewapend, maar had wel makkelijk naar de wapens in de kamer kunnen grijpen. Ook deze taak werd door andere agenten geobserveerd.



Resulaten
De agenten die tijdens de eerste oefening met de waterzak hadden gewerkt, herinnerden zich minder en maakten veel fouten in het terugroepen van de gebeurtenis in de caravan. Dit in tegenstelling tot de groep van observeerders. Ook konden agenten uit de eerstgenoemde groep zich de informatie die van te voren werd verteld, niet goed herinneren. De agenten die de caravan binnengingen, konden zich nauwelijks details van de crimineel herinneren. Terwijl 90 procent van de observeerders daarentegen, minstens één kenmerk van de man kon noemen. Alle agenten, ook degenen die observeerden, hadden de verdachte gezien, maar de agenten die de waterzak niet hadden aangevallen, konden een betere beschrijving van hem geven. Ook waren zij beter in staat om de crimineel in een rij mensen te identificeren. Wel slaagden beide groepen erin om bedreigende prikkels in de omgeving waar te nemen.



Getuigen
Van politieagenten wordt vaak verwacht dat zij zich na een misdaad alle details nog kunnen herinneren. Zo wordt ze gevraagd wie wat zei en hoeveel klappen zij ontvingen of uitdeelden. Volgens Hope legt het rechtssysteem veel nadruk op getuigenissen, “en zeker die van politieagenten”. Volgens haar moeten rechters en onderzoekers begrijpen dat een agent die er niet in slaagt om alle details te geven, niet per se niet wil meewerken of de boel bij elkaar liegt. “Het geheugen van een agent laat het voor gezien na een intens fysiek gevecht.” Dit komt volgens Hope doordat cognitieve middelen wanneer de vermoeidheid toeneemt, de neiging hebben om minder goed te werken. “De mogelijkheid om de aandacht volledig te focussen op wat er na het gevecht gebeurt, wordt geremd. Dus mogelijk wordt er geen aandacht besteed aan relevante informatie. Het geheugen bepaalt uiteindelijk waar wij aandacht aan besteden en wat wij verwerken.”


Het onderzoek laat zien dat de aangevallen agenten erin slaagden om bedreigende aspecten van de scene te herkennen. Maar hun vermogen om andere aspecten of de interacties te verwerken was aangetast. Sommige informatie wordt als een gevolg daarvan niet of slecht opgeslagen.






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen