Posts tonen met het label trauma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trauma. Alle posts tonen

donderdag 18 juli 2013

Waarom zelfhulpboeken en 'praten over' vaak niet werken...



Dagelijks zie ik in mijn praktijk mensen die al hard gewerkt hebben aan het aanpakken van hun klacht. Of het nu gaat om onzekerheid, angst, gevoelens als gevolg van een trauma of hardnekkige negatieve gewoonten als snoepen of roken. In de meeste gevallen ontbreekt het bij mijn cliënten niet aan inzet.

Vaak zijn ze al in therapie geweest, hebben ze coaching gehad, zelfhulpboeken gelezen, hebben ze affirmaties uit hun hoofd geleerd en hebben ze een theorie ontwikkeld over het ontstaan van de klacht.

Maar waar men telkens weer tegenaan loopt zijn de hardnekkige automatismen in ons gedrag. Gedrag, overtuigingen en gevoel zijn gebaseerd op automatische onbewuste processen. En als iets eenmaal automatisch gaat, dan verander je dat niet meer zo gemakkelijk.

Vergelijk het met het lezen van deze zin. Het is erg lastig om naar deze zin te kijken en hem niet te lezen. Automatisch geef je betekenis aan de letters, vorm je woorden en begrijp je de zin.

Een automatisme is beveiligd met ‘afweer’, en dat is maar goed ook, want stel dat een automatisme makkelijk te veranderen zou zijn, dan zou het ook zijn waarde verliezen van automatisme. “Het is net als fietsen...”, zeggen mensen  trots, “als je het eenmaal kunt, leer je het niet meer af”, en dat is in heel veel gevallen ook onze kracht.

Maar afweer is als een innerlijk ‘ja, maar....’. Afweer is zoiets als je eigen innerlijke eigenwijsheid waarmee je je eigen voortgang en verandering tegenwerkt.

Zo kan het zijn dat je met al je positief aangeleerde zinnen, je begrip en met je heldere affirmaties iedere keer, diep van binnen, tegen jezelf als het ware zegt: “Ja, maar.... wat als...”. Het is net of iemand heel zacht in je oor zou fluisteren: “Dat geloof je toch zelf niet....”. Alsof datgene wat je begrijpt tegen een glazen plaat tussen je verstand en je gevoel weer afketst.

De woorden, de zinnen, de positieve coaching, de cognitieve processen missen vaak net de kracht om ècht door te dringen tot je gevoel en tot de automatismen. 

Daar kwam ik achter toen ik zo'n 20 jaar geleden bij een grote instelling werkte en ik mijn uiterste best deed om mensen positief te beïnvloeden. Omdat ik toen binnen een justitiële setting werkte en ik soms jaren de tijd had om gedragsveranderingen op gang te brengen kwamen er ook regelmatig positieve processen op gang. Maar toch... ik begreep dat het uiteindelijk draait om de momenten ‘waarop het kwartje valt’, diep van binnen. 

En zo kwam ik tot de ontdekking dat trance noodzakelijk is voor èchte verandering. Zonder verandering in het onbewuste houdt je nieuw aangeleerde gedrag vaak geen stand.  Of blijft het ‘positief gepraat’ of alleen maar 'begrijpen'. Het is vaak een hele zware onderneming om met inzicht, coaching en een cognitief gedragsmatige aanpak iets te veranderen wat verankerd is in automatismen. Soms lukt dat, dan pakt je onbewuste het op en verander je iets diep van binnen, maar heel vaak lukt dat niet... 

Hypnotherapie geeft als enige therapievorm de mogelijkheid om de afweer te omzeilen en direct op het gebied van automatismen en het onbewuste gerichte veranderingsprocessen op gang te brengen. Zo leer je om echt het paard voor de wagen te spannen, meer jezelf te worden, meer uit jezelf te halen en je klacht achter je te laten.


vrijdag 1 juni 2012

Waarom zou je in therapie gaan?



“Waarom zou je in therapie gaan?”, is een vraag die mensen me weleens stellen. Het antwoord ligt wellicht voor de hand: Als je herhaaldelijk in jezelf tegen dingen aanloopt en je wilt dat veranderen. Of als je belemmerd wordt in je geluk of functioneren en het lukt je niet om dat zelf te veranderen. Of als je psychische klachten hebt.


“Maar helpt het dan om daarover te praten?”, is dan vaak de vervolgvraag. En daar komen we bij een punt waaruit blijkt dat veel mensen ‘praten over’ verwarren met ‘therapeutisch werk’.

Bij therapie hebben we het niet over ‘je verhaal doen’, ‘frustraties spuien’ of ‘meedenken’. In therapie krijg je zicht en grip op het achterliggende mechanisme. Op datgene wat je doet waar je geen grip op hebt en waar je vaak ook geen weet van hebt... waardoor het je ook moeilijk lukt om het te veranderen. 
Dat weten is één. Maar het gaat niet om het weten op zich. Waar het wel om gaat, is dat je nu het nodige in jezelf verandert op een manier dat dit automatisch een nieuwe gewoonte wordt. Zodat je je bijvoorbeeld in een bepaalde situatie automatisch zeker gaat voelen. Of zodat je bijvoorbeeld vanzelf voelt dat iets niet meer zo pijnlijk is als vroeger, omdat je automatisch oude ballast verwerkt. We kennen allemaal de situatie dat je bijvoorbeeld wel begrijpt dat je je niet onzeker hoeft te voelen, maar tóch voel je je zo. Nogmaals, het gaat niet om denken en weten, maar om daadwerkelijke veranderingen in je gevoel.
In hypnotherapie hebben we het dus over èchte veranderingen in jezelf. Het gaat over méér jezelf worden, en je ontdoen van oude ballast en oude belemmeringen. Het gaat er om dat je weer gaat genieten van de dingen die je doet en dat je niet langer blijft hangen in oude gevoelens en oude gewoontes.



In het volgende korte filmpje, afkomstig van mijn website, ga ik bondig in op hoe een eerste gesprek verloopt en wat het belangrijkste is bij de start van therapie.








donderdag 15 maart 2012

Gevecht verstoort het geheugen


Iemand die 60 seconden lang in een levensbedreigende situatie flink in beweging is, kan zich hier later niet veel van herinneren.

Dat blijkt uit een nieuw onderzoek onder politieagenten. De onderzoekers, onder leiding van Dr. Lorraine Hope van de University of Portsmouth, kwamen tot de conclusie dat politiemannen, slachtoffers en getuigen die fysieke inspanningen leverden tijdens een misdaad, aan geheugenverlies lijden. Ook blijkt dat zij zich niet bewust zijn van hun omgeving en moeite hebben om deze te herkennen.

Onderzoek
Het team riep 52 agenten op, hiervan waren er 42 man en tien vrouw. De proefpersonen hadden gemiddeld acht jaar ervaring. Allen waren fit en gezond en deden regelmatig aan lichaamsbeweging. Tijdens het onderzoek moesten de agenten twee oefeningen doen. Eerst kregen zij wat achtergrondinformatie over een recente vlaag van gewapende overvallen in de stad. Bij de eerste oefening moest de helft van de politieagenten een 136 kilogram zware hangende waterzak aanvallen. De andere agenten moesten het schouwspel observeren. De agenten vielen de zak aan met hun eigen aanvalstechnieken: klappen, schoppen en stoten met de hand, elleboog en knie. Een trainer moedigde de agenten aan tijdens de aanval, zij gingen door totdat zij niet meer genoeg kracht hadden om nog langer door te gaan. Bij de tweede oefening moesten de agenten naar een caravan lopen die mogelijk door een bekende crimineel was bezet. Bij binnenkomst vonden de agenten verschillende wapens, zoals een buks, een revolver, een jachtgeweer en een groot keukenmes. Plots kwam de crimineel schreeuwend uit een andere kamer en vertelde de agent dat hij van zijn grond moest verdwijnen. De crimineel was niet gewapend, maar had wel makkelijk naar de wapens in de kamer kunnen grijpen. Ook deze taak werd door andere agenten geobserveerd.



Resulaten
De agenten die tijdens de eerste oefening met de waterzak hadden gewerkt, herinnerden zich minder en maakten veel fouten in het terugroepen van de gebeurtenis in de caravan. Dit in tegenstelling tot de groep van observeerders. Ook konden agenten uit de eerstgenoemde groep zich de informatie die van te voren werd verteld, niet goed herinneren. De agenten die de caravan binnengingen, konden zich nauwelijks details van de crimineel herinneren. Terwijl 90 procent van de observeerders daarentegen, minstens één kenmerk van de man kon noemen. Alle agenten, ook degenen die observeerden, hadden de verdachte gezien, maar de agenten die de waterzak niet hadden aangevallen, konden een betere beschrijving van hem geven. Ook waren zij beter in staat om de crimineel in een rij mensen te identificeren. Wel slaagden beide groepen erin om bedreigende prikkels in de omgeving waar te nemen.



Getuigen
Van politieagenten wordt vaak verwacht dat zij zich na een misdaad alle details nog kunnen herinneren. Zo wordt ze gevraagd wie wat zei en hoeveel klappen zij ontvingen of uitdeelden. Volgens Hope legt het rechtssysteem veel nadruk op getuigenissen, “en zeker die van politieagenten”. Volgens haar moeten rechters en onderzoekers begrijpen dat een agent die er niet in slaagt om alle details te geven, niet per se niet wil meewerken of de boel bij elkaar liegt. “Het geheugen van een agent laat het voor gezien na een intens fysiek gevecht.” Dit komt volgens Hope doordat cognitieve middelen wanneer de vermoeidheid toeneemt, de neiging hebben om minder goed te werken. “De mogelijkheid om de aandacht volledig te focussen op wat er na het gevecht gebeurt, wordt geremd. Dus mogelijk wordt er geen aandacht besteed aan relevante informatie. Het geheugen bepaalt uiteindelijk waar wij aandacht aan besteden en wat wij verwerken.”


Het onderzoek laat zien dat de aangevallen agenten erin slaagden om bedreigende aspecten van de scene te herkennen. Maar hun vermogen om andere aspecten of de interacties te verwerken was aangetast. Sommige informatie wordt als een gevolg daarvan niet of slecht opgeslagen.